1650 Voorzigtige Dolheit Hof spel In five act Page 21

OverviewTranscribeVersionsHelp

Facsimile

Transcription

Een meenigte Soldaten, Jongens en Wijven met pak en zak.

1. Sol. Wat drommel dat de trom zo vroeg begon te roeren?
2. Sol. Waar of die dolle haan ons wel na toe zal voeren?
3. Sol. 'T is wonder dat de graaf des hartogs ampt bekleed?
4. Sol. Het is my seeker van des hartogs wegen leed.
1. Sol. Wel waarom?
4. Sol. Vraag jy dat, hy is te jong van jaren,
Die dolle duyvel zal ons leven niet veel sparen,
Het is een droes, die na een Turk vijf, ses niet vraagt:
1. Sol. Met regt het ons gewaagt, daar hy zijn leven waagt.
2. Sol. Maar deze vroege togt, die zou my wel doen denken
Dat hy den vyand door verrassing zoekt te krenken,
Hy leidt voor Sfetisgrad, en hengelt na dit rijk,
En hoort hy onse komst, hy neemt wel ligt de wijk:
Maar houd wat droes is dat, die dus het volk te keer, gaat:
3. Sol. Hy kom ons niet te na, of denk eerst datmen weer, staat.

Dinardo.
Hoe nu soldaten. houd? waar heen vervloekt gedrogt?
1. Sol. Wy weeten niet waar heen, men prest ons tot dees togt.
Din. En zonder mijne last? wie durft zulks onderwinden.
2. Sol. Houd dreigt niet, of ik zal't verhaal weèr aan u vinden.
Din. Hoe! draagt gy geen ontzag? kent gy uw veldheer niet?
2. Sol. Ons veldheer wel, en u versteken van't gebied;
Vermits de wakkre graaf dit ampt is opgedragen.
Din. Hoe! Morosin?
1. Sol. Gewis't begon noch naau te dagen,
Of al het manlijk heir qum op de trommelslag,
Om onder Morosin te trekken, voor den dag.
Din. O dwase jongeling; stil, 't veinzen zal best voegen;
Soldaten 't valt my swaar, doch'k heb een goet genoegen,
(Schoon dat ik zonder reên het veldheers ampt verloor)

Notes and Questions

Nobody has written a note for this page yet

Please sign in to write a note for this page